(deze column is verschenen in Matchday, het nieuwe programmablad van Go Ahead Eagles)
Heel vaak kijk ik niet meer naar teletekstpagina 830. Ik kan het niet meer aanzien dat we zo laag staan en dat clubs als Almere City, Eindhoven en FC Oss boven ons bivakkeren. Maar als ik dan wel een keer kijk mis ik FC Haarlem. Ik had theoretisch gezien ook RBC kunnen missen, maar die club mis ik niet. Dat was geen echte voetbalclub. FC Haarlem wel. Het Roodblauwe shirt was bijvoorbeeld al een van de mooiste shirts van het Nederlandse betaalde voetbal. Het is jammer dat de stad Haarlem niet in de club geloofde. Een beetje stad laat haar club niet failliet gaan. En al helemaal niet tijdens het lopende seizoen.
Waarschijnlijk snapt niemand de eerste alinea van dit stukje. Voor velen is FC Haarlem alweer vergeten. De kans is ook groot dat ze er nog nooit zijn geweest. ‘Haarlem-uit’ was een uitje voor de diehards. Een reisje naar Haarlem was niet echt aantrekkelijk. Het uitvak was begroeid met mos en meer groen onkruid. Daar moet je een liefhebber voor zijn. Vaak waaide en regende het er ook, waardoor de temperatuur structureel laag was. Maar de interactie tussen de Red Blue Army en het uitvak vergoedde veel. Beide supportersgroepen lagen elkaar niet heel goed. Ik kwam er graag, Haarlem.
Het mooiste aan FC Haarlem, wat mij bijgebleven is, was de patatkraam achter één van de doelen. Een witte op wielen. Pure voetbalcultuur. Speciaal voor elke wedstrijd werd de kraam het stadion in en uitgereden. De rest van de week stond de kraam waarschijnlijk op markten, maar op toen nog zaterdagavonden was het smullen in het Haarlem Stadion. In samenvattingen was altijd goed te zien dat er groepjes supporters samenklonterden rondom de kraam. Echte snackliefhebbers letten op dat soort beelden. Het is een prachtig fenomeen. Een patatkraam midden in een stadion. Dat heb ik verder nergens gezien. Ik zou het wel weten. Mijn stoel op de IJsseltribune zou de hele wedstrijd leeg blijven. En mijn kleding zou na de negentigste minuten volop naar frituurvet ruiken. Lekker. Maar aan alles komt een eind en dus ook aan die bewuste patatkraam. Die kraam verdween eerder dan de club FC Haarlem zelf. Ik herinner me de emotionele beelden bij het televisieprogramma ‘Sportpaleis De Jong’, met presentator Wilfried de Jong. De eigenaar van de kraam met tranen in de ogen. Pure emotie.
Twee jaar geleden verdween FC Haarlem van het toneel. Vrijwel niemand heeft het nog over de club. Op internet is nog wel een site te vinden. Op De Roodbroek wordt de club in leven gehouden. Het is een digitaal monument ter nagedachtenis aan de roemrijke voetbalgeschiedenis van FC Haarlem. Naast de website brengen de initiatiefnemers van De Roodbroek ook een schitterend magazine uit, met veel oude verhalen en prachtige foto’s. De Roodbroek is nog het enige wat aan FC Haarlem doet herinneren. Dat is het enige wat de supporters nog hebben. Zij hebben hun vrijdagavond een nieuwe invulling moeten geven.
Ik kan het me niet voorstellen. Dat ik op vrijdagavonden niet meer naar mijn favoriete club kan kijken. Dat je grootste hobby afgepakt wordt. Een zwart gat noemen ze dat volgens mij. Niet even indrinken in de stad. Niet de gebruikelijke route door de Bierstraat. Geen mensen meer in de deuropening in de Vetkampstraat. Geen snack meer bij de Hamburgerkoning. Geen lange rijen meer voor de biertent. Geen koude voeten meer bij winterwedstrijden. Nooit meer kankeren over de instelling van de spelers. Nooit meer blij zijn met kleine succesjes.
Wij zijn de laatste tijd dan misschien niet zo succesvol. We hebben ons uitje nog wel. En daar gaat uiteindelijk om.
Haarlemse voetballegende Kick Smit geëerd met website en blad
Afgelopen donderdag 3 november was het de honderdste geboortedag van Kick Smit, Haarlems grootste voetballer. In onze eigen kantine aan de Jan Gijzenkade kwamen zo´n 75 roodbroeken bijeen voor een feestelijke bijeenkomst waar een werkelijk schitterend vormgegeven website www.kicksmit.com werd gelanceerd, waarop honderden foto’s, originele documenten en ook filmpjes te vinden zijn. Ook vielen enkele mooie shirts van Kick Smit te bewonderen. Tevens vond de presentatie plaats van het mooi vormgegeven tweede nummer van het Haarlemse voetbaltijdschrift De Roodbroek.

Kick Smit (officieel Johannes Chrishostomos) is natuurlijk een van de grootste voetballers uit de geschiedenis van het Nederlandse voetbal. Hij scoorde 26 goals in 29 interlands, was in 1934 de eerste doelpuntenmaker voor Nederland op een WK-voetbal. werd in 1946 kampioen met HFC Haarlem en was een van de naamgevers van stripheld Kick Wilstra.

De website is een initiatief van de drie zoons van Kick Smit: Jan, Kick en Peter. Kleinzoon Tjerk Smit, student Interactieve Media, heeft de site gemaakt.
Na het overlijden in van Kick Smit 1974 is veel mooi materiaal samengebracht in een groot plakboek. Daarnaast is in 1999 op initiatief van het Haarlems Dagblad een boek over hem uitgegeven. Boek en plakboek komen nu beide op de site beschikbaar, evenals vele foto’s, krantenknipsels en brieven van onder meer de KNVB. Bij elkaar hebben we ruim 1000 documenten. Verder zijn er beelden van het Polygoonjournaal.
Tijdens de bijeenkomst verscheen ook het tweede nummer van het historische Haarlemse voetbaltijdschrift De Roodbroek. Ook dit tweede nummer van het full color-magazine staat weer vol met verhalen en foto’s uit de rijke geschiedenis van HFC Haarlem. Zo zijn er portretten te lezen van spelers als Cees Baas, Bennie Blikslager en Piet Paternotte, zit middenin het blad een bijzondere elftalfoto, en is er een kroniek over het seizoen 1976-1977, toen de roodbroeken furore maakten met spelers als Abe van den Ban, Joop Wildbret, Pepe Fernandez en Beer Wentink. Beer Wentik was ook degene die tijdens de bijeenkomst het eerste exemplaar ontving. De nieuwe Roodbroek is voor 2,50 euro tebestellen via deze website.
